Hoe onjuiste gedachten je in een dreigende burn-out kunnen lokken

Gepubliceerd op 31 maart 2020 om 18:10

Jeroen mailde me: ‘Ik ben al zolang moe, ik weet niet hoe verder, misschien helpt dit.’

Aan de hand van verhelderende vragen werd duidelijk wat er speelde. Jeroen was accountmanager en 7 maanden geleden gewisseld van baan. In het begin was hij erg enthousiast en ging vol overgave aan het werk. Hij wilde het graag goed doen en maakte lange dagen.

De contacten met de klanten en zijn collega’s gingen hem goed af, vriendelijk en behulpzaam als hij was. Wel was hij wat onder de indruk van de gestelde targets, maar hij wist zeker dat het hem ging lukken.

Zijn vrouw was blij hem zo vrolijk te zien en had de lange werkdagen geaccepteerd. Wel had ze Jeroen al eens gevraagd of het niet wat veel werk was voor een persoon, misschien kon een collega wat van hem overnemen? Maar Jeroen zei dat het onder zijn verantwoordelijkheid viel en wilde niet om hulp vragen.

4 maanden na Jeroen’s aanstelling kreeg zoon Tom astma. Hij was 9 jaar oud en werd vaak ’s nachts piepend van benauwdheid wakker. De medicijnen deden niet zoveel en omdat Jeroen zijn vrouw wilde ontlasten, ging hij er om de nacht een paar keer uit. ‘Het wordt steeds zwaarder om ’s morgens fit op mijn werk te verschijnen’, schreef hij. ‘Daarnaast moesten we ook nog heel het huis saneren, waarmee ik de laatste weken in het weekend bezig ben geweest’.

Ondertussen hingen de targets op zijn werk als een donkere wolk boven zijn hoofd. ‘Het is net of er een zware deken op me ligt als ik daaraan denk.’ Koortsachtig zocht hij naar manieren om deze te halen.

Op mijn vraag wat hij tegen zichzelf zei, was zijn antwoord: ‘als ik om hulp vraag denken collega’s dat ik het niet aan kan. En wat zou mijn leidinggevende daar wel niet van denken?’

We gingen op zoek naar de oorsprong van deze gedachten. Jeroen had geleerd dingen alleen op te lossen. Om hulp vragen werd als zwakte gezien. Vaak had hij te horen gekregen: ‘dat kun je toch zelf wel? Later moet je het ook alleen doen.’ Meerdere malen had hij zijn ouders horen zeggen ‘dat lossen wij zelf wel op’ als er hulp aangeboden werd. Hij had de overtuiging ‘ik mag niet om hulp vragen’ ontwikkeld.

Ondertussen werd Tom z’n astma niet echt minder en dat vergde veel energie. Langzaam raakte Jeroen steeds meer uitgeput. De druk van de targets en de verantwoordelijkheid voor zijn gezin drukten zwaar op hem.

‘Ik ben zo ontzettend moe en zie nergens een uitweg op korte termijn. Ik weet niet of ik dit vol ga houden. En ik wil echt die baan houden.’

Door Jeroen de vraag voor te leggen waarom hij eigenlijk niet om hulp zou mogen vragen en hoe hij dit anderen ziet doen, kwam hij tot de conclusie dat zijn overtuiging niet klopte. Want anderen mochten wèl om hulp vragen in zijn ogen. En dat deed hen nog goed ook.

Hij zag in dat om hulp vragen een vorm is van goed voor jezelf zorgen. Door de verantwoordelijkheid te nemen voor je eigen welzijn. ‘Door goed voor mezelf te zorgen kan ik waarschijnlijk ook de situatie met Tom beter aan’.

Zijn eindconclusie ‘ik hoef niet alles zelf te kunnen’ zorgde ervoor dat hij een gesprek plande met zijn leidinggevende. Dit gesprek leverde het gevoel op er niet alleen voor te staan.

Ook sprak hij met zijn vrouw en bedachten zij samen haar ouders te vragen Tom een weekendje in huis te nemen, zodat zij er even tussenuit konden. ‘Dit geeft direct lucht.’

Jeroen nam zich voor voortaan eerder aan de bel te trekken. Ik vroeg hem wat hiervoor nodig is. ‘Dat ik de neiging om geen hulp te vragen bij mezelf herken en dan bedenk waar dat ook weer vandaan komt. En dat mijn eigen conclusie was dat ik ernaast zit. Wat ik ook terug kan lezen in dit traject.’

Zijn laatste opmerking was: ‘tjonge, wat ben ik blij dat ik je gemaild heb. Ik heb zelf mijn probleem opgelost nu. Door er alleen een week over te schrijven en de juiste vragen te krijgen van jou. Super bedankt.’


«   »