Niet sussen, maar HOREN!

Gepubliceerd op 27 mei 2020 om 20:00

Ben jij iemand die je gevoelens wegstopt? Grote kans dat je dat zo geleerd hebt.

Wat gebeurde er vroeger als jij verdrietig of boos was? Hoe reageerden je ouders of opvoeders? Zeiden ze: ‘Sshhh, huil maar niet, het komt wel goed’ of ‘ Nou, zo boos hoef je toch niet te worden? Doe eens wat rustiger’.

Of erger: je werd afgestraft als je emoties liet zien. Of misschien kreeg je wel gelijk iets lekkers aangeboden zodat je verdriet maar zou ‘stoppen’.

Ook afleiden is een veelgebruikte en vaak te snelle tactiek.

En wees eens eerlijk: doe je dat zelf ook bij jouw kind? Omdat je niet beter weet en denkt dat dit de beste manier is?

En ja, waarschijnlijk wordt je kind wel stil, maar daarmee is zijn verdriet niet verdwenen.

Maar wat zeg je daar nu eigenlijk mee? Je kind krijgt de boodschap: ‘het is niet oké om verdriet te hebben en boos worden heeft geen zin.’  

Maar boos worden en huilen heeft wel degelijk zin! Als de spanning hoog oploopt, moet het eruit. Bij volwassenen, en dat is bij kinderen net zo. Zodat ze het gebeurde kunnen verwerken en weer rustig kunnen worden.

Een emotie is er om te ontladen en dan weer verder te gaan. Niet ontladen of half ontladen leidt ertoe dat je kind niet de stabiele persoon wordt die jij voor ogen hebt.  

Als emoties er niet mogen zijn bij tegenslag, leert een kind ook niet hoe met zulke gevoelens om te gaan. Het enige dat een kind leert door dergelijke reacties, is hoe het zijn emoties zo snel mogelijk weg kan stoppen. En dan verdwijnen ze naar binnen en vinden meestal een uitweg in lichamelijke klachten.

Waarschijnlijk geheel onbedoeld heb je ook niet in de gaten dat je tevens tegen je kind zegt: ik luister niet (écht) naar je. Ik hoor je niet.

Wat doe jij zelf als je je niet gehoord voelt? Je kruipt in je schulp en het afgewezen gevoel gaat onder je huid zitten, met alle gevolgen van dien. Of je gaat volop in de strijd om wél gehoord te worden. Met weer andere gevolgen.

Daarom is het verstandig om je kind de tijd en ruimte te geven door goed te luisteren, echt te horen waarom hij verdrietig of boos is en dat gevoel te erkennen. ‘Dat is niet leuk hè’. ‘Ik begrijp dat je daar boos om wordt.’ Je kind voelt zich gehoord en daarmee is de kans groot dat de situatie de-escaleert. Samen even diep zuchten helpt soms ook om het moment af te sluiten. Een zucht geeft lucht, altijd. Kijk maar naar jezelf, wedden dat jij soms ook hartgrondig zucht bij tegenslag?

Als je kind wat groter is kun je samen op zoek naar manieren die voor hem het beste werken om spanning af te laten vloeien.

Het miskennen van emoties als je opgroeit kan tot flinke problemen leiden. Zoals bij Henk.

Henk schreef in zijn eerste mail aan mij: “Ik ben razend op mijn werkgever, maar vreemd genoeg ontplof ik tegen mijn vrouw.”

Henks vader zei vroeger altijd: ‘Jongens huilen niet’ en ‘Als je boos bent laat je het niet aan de buitenwereld zien.’ Henk had hem inderdaad nooit zien huilen en boos werd hij alleen maar op zijn moeder. Waarom had Henk nooit begrepen, volgens hem deed zijn moeder niets verkeerd.

Henk groeide op met, zoals iedereen, af en toe een tegenslag. Maar een traan had hij er nooit om gelaten. Liever slikte hij die in. Boosheid kende hij wel, maar die reageerde hij af op zijn zusje, die erg kon schrikken van zijn uitbarstingen. Daarom deed hij het liever tegen zijn moeder. Die leek het te begrijpen. Dan was hij het kwijt en kon hij weer verder.

Maar toen hij uit huis ging had hij geen uitlaatklep meer. Tegenslagen bleven echter komen en regelmatig kreeg Henk last van hoofdpijn. Zelf had hij niet in de gaten dat er geen uitweg meer was voor de opgelopen spanningen van het moment.

Toen ontmoette hij Marion, een lieve vrouw met wie hij twee jaar geleden is getrouwd. Hij voelde zich volkomen op zijn gemak bij haar en vindt dat ze een goede relatie hebben. Echter, zijn hoofdpijn bleef van tijd tot tijd terugkeren. En op een dag, na een conflict met zijn werkgever drie maanden geleden verloor hij zijn geduld tegen Marion. Toen hij thuiskwam irriteerde het hem dat zij die dag volgens hem niets gedaan had. Vanuit het niets, zo leek het hem, begon hij tegen haar te schreeuwen. ‘Ik kon het niet tegenhouden, het moest eruit.’

Hoewel hij zich schuldig voelde, was hij tegelijkertijd ook erg opgelucht. ‘Alsof ik iets opgeruimd had’.

Sindsdien gebeurde dit zeker één keer in de week. Hij begon zich er steeds slechter over te voelen en snapte niets van het dubbele gevoel van schuld en opluchting. Eigenlijk schaamde hij zich diep; zijn vrouw had hem immers niets misdaan.

Door nauwkeurig te analyseren wat hij geleerd had in zijn jeugd, wat hij als voorbeeld gezien had en hoe hij z’n gang had kunnen gaan bij zijn moeder en zijn zusje, kwam Henk tot inzicht dat hij geleerd had dat het niet oké was zijn boosheid aan ‘de buitenwereld’ te laten zien, maar wel oké was deze af te reageren op zijn dierbaren. Al schrijvende leerde hij de schaamte die hij daarover voelde te begrijpen en te accepteren en kon hij die omzetten in compassie naar zichzelf. Hoe had hij het anders kunnen doen als dit hem met de paplepel ingegoten was?

Henk ging aan de slag om manieren te bedenken om te ontladen bij boosheid. Manieren die bij hem passen. Uiteindelijk bedacht hij dat hij altijd al een houtkachel had willen hebben. Het klieven van hout vond hij een mooie manier om spanning af te voeren.

Daarnaast vond hij een coach die hem helpt zijn gevoelens van ongenoegen tegen ‘de buitenwereld’ te ventileren. Ook dit heeft hij nooit geleerd. Hier leerde hij tevens beter te communiceren met zijn vrouw.

“Wat ben ik blij dat ik dit ben gaan onderzoeken. En dit ontdekt heb. Anders had ik misschien over een tijdje geen huwelijk meer gehad…”


«